Alweer de 24ste!

Op weg naar het Westerpark pikt mijn neus de lucht op van oude kleren die lang geen frisse lucht hebben gehad. Het is grappig, ik hou enorm van de geur van oude boeken maar de reuk van tweedehandskleding staat me tegen, terwijl ze best op elkaar lijken.

De penetrante lucht komt uit het hoekpand op het Haarlemmerplein, waar lang een bank haar klanten hielp met geld opnemen, wisselen, hypotheken afsluiten en wat een bank al zo niet deed in het fysieke leven. Maar ook de bank moest de broekriem aanhalen en met vertrouwen in de digitale zelfredzaamheid van haar klanten, sloot zij in de jaren ‘10 haar deuren. Het gebouw werd opgeknapt en voorzien van een extra verdieping met zeven appartementen. De winkelruimte beneden stond lang leeg, af en toe mocht er een pop-up korte tijd zitten.  

Ik hoopte dat het door de buurt zeer gewaardeerde postkantoor op de Westerstraat daar misschien een nieuw onderkomen kon vinden, nadat de eigenaar van hun huidige locatie ze een enorme huurverhoging had aangezegd.  Maar nee, vertelde een medewerker, ook de huur van de vroegere bank was boven hun budget.

De huur is blijkbaar niet te hoog voor een tweedehandskledingwinkel die het pand met uitzicht op de klaterende speelfontein en imposante Haarlemmerpoort nu gaat betrekken. De indringende geur van de reeds opgeslagen goederen kondigt de opening al aan.

Het aantal tweedehandskleding-, vintage-, pre-loved-, re-shared- of hoe je het ook wilt noemen winkels rijst in Amsterdam de pan uit. Ik wandel de Haarlemmerdijk en -straat af, die nog geen kilometer lang zijn en tel 24 zaken die allemaal hetzelfde verkopen. Heel goed natuurlijk om gebruikte kleding te dragen, maar dit is een armoede in het winkelaanbod. En als er straks geen interesse meer is in tweedehands, dan zit de buurt opeens met 24 winkels waar een nieuwe bestemming voor moet worden gevonden. Dat is toch geen evenwichtig winkelbeleid.

In 2012 werd de Haarlemmerdijk uitgeroepen tot de leukste winkelstraat van Nederland. Wat was dat een prestatie. Ik herinner me nog hoe het er in de 80’er jaren uitzag, met louche bars in verkrotte huizen, junks en (zoals toen nog genoemd) prostituees op straat.

In 1987 kwam Nel de Jager als reddende engel en pitbull tegelijk de straat een beter leven inblazen. Ze had zichzelf als straatmanager benoemd en wist duistere pandjesbazen te overtuigen dat een leuke winkel, ook al kon die niet veel huur betalen, beter was dan leegstand. Veel krotwoningen werden gerenoveerd en Nel zorgde voor een divers winkelaanbod voor jong en oud.

Helaas waren Nels laatste levensjaren niet leuk. Nieuwe ondernemers wilden een andere, lees commerciëlere, richting opgaan en ambtenaren vonden haar maar lastig worden. Men wilde niet meer met haar samenwerken. Teleurgesteld vertrok ze uit haar geliefde stad. Na haar te vroege dood in 2019 werd haar priemende vinger waarmee ze haar pleidooien altijd had bekrachtigd, vereeuwigd met een piepklein bronzen beeldje dat uit de stoep steekt bij de Eenhoornsluis. Ze wordt gemist.

Kan de volgende Nel de Jager opstaan alsjeblieft?

Bijzonder

Met lede ogen zie ik dat bijzondere winkeltjes steeds meer het loodje leggen omdat de huur ineens verveelvoudigd wordt. Wafels, eendjes, nagelsalons en vintage komen ervoor in de plaats. Ik ben benieuwd wat er gaat komen in het pandje waar ’t Zonnetje zat, een oud koffie- en theewinkeltje op de Haarlemmerdijk. Een karakteristiek zaakje met een houten toonbank, een koperen kassa, en oude blikken waarin verse thee werd bewaard. Het staat nu al sinds juni 2025 leeg ….

Maar gelukkig is er ook goed nieuws. Deze week ben ik in twee unieke winkeltjes geweest. Ik kan erover vertellen, want mijn verhaaltjes worden niet op Tik-Tok gedeeld.

Met mijn dochter en twee maanden jonge kleindochter gingen we naar Tesselschade / Arbeid Adelt op het Leidseplein. Een klein winkeltje tussen Ivy bloemen en de Apple store. De etalage had me al decennialang geïntrigeerd met haar smockjurkjes en gebreide truitjes, maar was er nog nooit binnengestapt. Tot nu! Een oudere dame, vrijwilligster, nam werkelijk alle tijd om truitjes, badjasjes, dekentjes en jurkjes met ons te bekijken.  Het was moeilijk kiezen tussen het unieke aanbod, maar ik ging door de knieën voor de rood/zwarte babysokjes met drie kruizen!

De Vereniging, waarvan deze winkel een onderdeel is, werd in 1878 opgericht door Betsy Perk om het lot van onbemiddelde beschaafde vrouwen te verbeteren. Vrouwen konden via de Vereniging hun handwerk verkopen en daar een klein inkomen uit krijgen. Maar ook gaf en geeft nog steeds de Vereniging financiële steun aan vrouwen om een opleiding te gaan volgen. Betsy was een feministe in de dop!

Een paar dagen later wandelde ik langs de Stopera en zag ik vanaf het bruggetje over de Zwanenburgwal een kleurrijke etalage. Nieuwsgierig ging ik naar binnen en de naamgeving bleek te kloppen met het aanbod: Bijzonder! Er was in het ene deel van de winkel vrolijk beschilderd keramiek, geborduurde boekomslagen, stoffen feestslingers, gebreide plaids en gewoven theedoeken te koop en in het andere deel zat een klein cafeetje met koffie voor 2 Euro. Ryan, een lieve Surinaams-Amsterdamse jongen, ontving me en vertelde me trots dat hij, na een stage, er nu twee dagen vast mocht werken. Hij deelde zijn leven met me en de goedheid stroomde werkelijk uit hem. Het afrekenen deed ik bij een collega die me vertelde dat de winkel van Cordaan was en dat alles gemaakt werd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Met een tas vol verliet ik de winkel. Blij met mijn aankopen, maar vooral gelukkig om de menselijkheid van deze sociale hotspot, waar alles met liefde wordt gemaakt en aangeboden.