Wat een mooie zondag! Na dagen met een dikke jas aan de gure wind trotserend, wandelen we door de stad alsof het bijna eerste rokjesdag is. Ons humeur is opperbest, en we besluiten richting Van Dobben te gaan. Volgens Het Parool iets wat iedere Amsterdammer gedaan moet hebben. We pakken het brede zebrapad bij de Vijzelstraat/Munt en blijven goed rechts en links kijken, ondanks dat we voorrang hebben. En dat is maar goed ook.
Een fietser stormt op ons en andere overstekers af, is geenszins van plan om te remmen en iedereen springt verschrikt naar achteren. Mijn man kan hem nog net aan de mouw trekken en zegt verontwaardigd:
‘Dit is een zebrapad!’
De twintiger, stylish geknipt en gekleed op zijn hockey-Goois, roept vanaf zijn even stylishe fiets:
‘Dit is Amsterdam idioot.’
Dan besluit hij toch te stoppen. Ik ben prettig verbaasd want hij gaat vast zijn excuses aanbieden, zoals zijn ouders hem ongetwijfeld hebben geleerd.
We lopen naar hem toe en zeggen nogmaals, redelijk vriendelijk, dat hij voorzichtiger moet zijn als hij over een zebrapad fietst. Hij weet alleen maar schreeuwend te reageren:
‘Je hebt me niet aan te raken. Raak met niet aan.’
Mijn zonnige humeur verdwijnt een beetje. Wat een irritant ventje. Maar dan herinner ik me een opmerking van een overbuurman de dag ervoor. Hij had niet doorgehad hoe afgestompt hij was geworden in Aerdenhout, waar het leven zo aangenaam, voorspelbaar en rustig was. Nu hij in Amsterdam woonde, merkte hij dat hij een veel actievere geest had gekregen en dat hij weer deel van de wereld uitmaakte.
Dus die fietser, ja een eikel, maar het houdt me wel jong!
