Alweer de 24ste!

Mijn neus pikt de geur op van oude kleren. Het is grappig, ik hou enorm van de reuk van oude boeken maar de lucht van tweedehandskleding staat me tegen, terwijl het best op elkaar lijkt.

Als een wolk omringt de geur het hoekpand op het Haarlemmerplein, waar lang een bank haar klanten hielp met geld opnemen, wisselen, hypotheken afsluiten en wat een bank al zo niet deed in het fysieke leven. Maar ook de bank moest de broekriem aanhalen en met vertrouwen in de digitale zelfredzaamheid van haar klanten, sloot zij de deuren. Daarna heeft het gebouw lang leeg gestaan, met af en toe een pop-up erin.

Ik hoopte dat het door de buurt zeer gewaardeerde postkantoor op de Westerstraat daar misschien een nieuw onderkomen kon vinden, nadat de eigenaar van hun huidige locatie ze een enorme huurverhoging had beloofd.  Maar nee, vertelde een medewerker, ook de huur van de vroegere bank was boven hun budget.

De huur is blijkbaar niet te hoog voor een tweedehandskledingwinkel die het pand met uitzicht op de leuke speelfontein en Haarlemmerpoort gaat betrekken. De penetrante geur van de opgeslagen goederen kondigt hun komst al aan.

Het aantal tweedehandskleding-, vintage-, pre-loved-, re-shared- of hoe je het ook wilt noemen winkels rijst de pan uit. De Haarlemmerdijk en Haarlemmerstraat zijn nog geen kilometer lang en ik kom nu, inclusief deze nieuwe winkel, uit op een totaal van 24 zaken die allemaal hetzelfde verkopen. Heel goed natuurlijk om gebruikte kleding te dragen, maar dit is een armoede in het winkelaanbod. En als er straks geen interesse meer is in tweedehands, dan zit de buurt opeens met 24 winkels waar een nieuwe bestemming voor moet worden gevonden. Dit is toch geen evenwichtig winkelbeleid.

In 2012 werd de Haarlemmerdijk uitgeroepen tot de leukste winkelstraat van Nederland. Wat was dat een prestatie. Ik herinner me nog hoe het er in de 80’er jaren uitzag, met louche bars in verkrotte huizen, junks en (zoals in die tijd nog de benaming was) prostituees op straat.

Maar toen kwam Nel de Jager als reddende engel en pitbull gecombineerd de straat verbeteren. Ze had zichzelf als straatmanager benoemd en wist duistere pandjesbazen te overtuigen dat een leuke winkel, ook al kon die niet veel huur betalen, beter was dan leegstand. Veel krotwoningen werden gerenoveerd en Nel zorgde voor een divers winkelaanbod voor jong en oud.

Helaas waren Nels laatste levensjaren niet leuk. Nieuwe ondernemers wilden een andere (commerciëlere) richting opgaan en ambtenaren vonden haar maar lastig. Men wilde niet meer met haar samenwerken. Teleurgesteld vertrok ze uit haar geliefde stad. Na haar te vroege dood in 2019 werd haar priemende vinger vereeuwigd met een piepklein bronzen beeldje dat uit de stoep steekt bij de Eenhoornsluis. Ze wordt gemist.

Kan de volgende Nel de Jager opstaan alsjeblieft?

Zebra of Neebra?

Wat een mooie zondag! Na dagen met een dikke jas aan de gure wind trotserend, wandelen we door de stad alsof het bijna eerste rokjesdag is. Ons humeur is opperbest, en we besluiten richting Van Dobben te gaan. Volgens Het Parool iets wat iedere Amsterdammer gedaan moet hebben. We pakken het brede zebrapad bij de Vijzelstraat/Munt en blijven goed rechts en links kijken, ondanks dat we voorrang hebben. En dat is maar goed ook.

Een fietser stormt op ons en andere overstekers af, is geenszins van plan om te remmen en iedereen springt verschrikt naar achteren. Mijn man kan hem nog net aan de mouw trekken en zegt verontwaardigd:
‘Dit is een zebrapad!’
De twintiger, stylish geknipt en gekleed op zijn hockey-Goois, roept vanaf zijn even stylishe fiets:
‘Dit is Amsterdam idioot.’

Dan besluit hij toch te stoppen. Ik ben prettig verbaasd want hij gaat vast zijn excuses aanbieden, zoals zijn ouders hem ongetwijfeld hebben geleerd.

We lopen naar hem toe en zeggen nogmaals, redelijk vriendelijk, dat hij voorzichtiger moet zijn als hij over een zebrapad fietst. Hij weet alleen maar schreeuwend te reageren:
‘Je hebt me niet aan te raken. Raak met niet aan.’

Mijn zonnige humeur verdwijnt een beetje. Wat een irritant ventje. Maar dan herinner ik me een opmerking van een overbuurman de dag ervoor. Hij had niet doorgehad hoe afgestompt hij was geworden in Aerdenhout, waar het leven zo aangenaam, voorspelbaar en rustig was. Nu hij in Amsterdam woonde, merkte hij dat hij een veel actievere geest had gekregen en dat hij weer deel van de wereld uitmaakte.

Dus die fietser, ja een eikel, maar het houdt me wel jong!

Bijzonder

Met lede ogen zie ik dat bijzondere winkeltjes steeds meer het loodje leggen omdat de huur ineens verveelvoudigd wordt. Wafels, eendjes, nagelsalons en vintage komen ervoor in de plaats. Ik ben benieuwd wat er gaat komen in het pandje waar ’t Zonnetje zat, een oud koffie- en theewinkeltje op de Haarlemmerdijk. Een karakteristiek zaakje met een houten toonbank, een koperen kassa, en oude blikken waarin verse thee werd bewaard. Het staat nu al sinds juni 2025 leeg ….

Maar gelukkig is er ook goed nieuws. Deze week ben ik in twee unieke winkeltjes geweest. Ik kan erover vertellen, want mijn verhaaltjes worden niet op Tik-Tok gedeeld.

Met mijn dochter en twee maanden jonge kleindochter gingen we naar Tesselschade / Arbeid Adelt op het Leidseplein. Een klein winkeltje tussen Ivy bloemen en de Apple store. De etalage had me al decennialang geïntrigeerd met haar smockjurkjes en gebreide truitjes, maar was er nog nooit binnengestapt. Tot nu! Een oudere dame, vrijwilligster, nam werkelijk alle tijd om truitjes, badjasjes, dekentjes en jurkjes met ons te bekijken.  Het was moeilijk kiezen tussen het unieke aanbod, maar ik ging door de knieën voor de rood/zwarte babysokjes met drie kruizen!

De Vereniging, waarvan deze winkel een onderdeel is, werd in 1878 opgericht door Betsy Perk om het lot van onbemiddelde beschaafde vrouwen te verbeteren. Vrouwen konden via de Vereniging hun handwerk verkopen en daar een klein inkomen uit krijgen. Maar ook gaf en geeft nog steeds de Vereniging financiële steun aan vrouwen om een opleiding te gaan volgen. Betsy was een feministe in de dop!

Een paar dagen later wandelde ik langs de Stopera en zag ik vanaf het bruggetje over de Zwanenburgwal een kleurrijke etalage. Nieuwsgierig ging ik naar binnen en de naamgeving bleek te kloppen met het aanbod: Bijzonder! Er was in het ene deel van de winkel vrolijk beschilderd keramiek, geborduurde boekomslagen, stoffen feestslingers, gebreide plaids en gewoven theedoeken te koop en in het andere deel zat een klein cafeetje met koffie voor 2 Euro. Ryan, een lieve Surinaams-Amsterdamse jongen, ontving me en vertelde me trots dat hij, na een stage, er nu twee dagen vast mocht werken. Hij deelde zijn leven met me en de goedheid stroomde werkelijk uit hem. Het afrekenen deed ik bij een collega die me vertelde dat de winkel van Cordaan was en dat alles gemaakt werd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Met een tas vol verliet ik de winkel. Blij met mijn aankopen, maar vooral gelukkig om de menselijkheid van deze sociale hotspot, waar alles met liefde wordt gemaakt en aangeboden.

Dansen op de vulkaan

En daar sta ik dan bij de Appie. Mijn klantenkaart gescand, de boodschappen op de band gelegd (ja, ik behoor nog tot de generatie die het leuker vindt met de kassière contact te hebben dan met een betaalterminal) en dan wil ik afrekenen. Maar er vertoont zich alleen een zwart schermpje op mijn telefoon, Apple Pay weigert. Ik probeer het nog een keer en nog een keer en ondertussen groeit de rij klanten die het ook gezelliger vindt om af te rekenen bij een bevrouwde kassa.

‘Kan je de bon niet even apart zetten?’ vraag ik, ‘dan kan je de anderen helpen, terwijl ik mijn telefoon reset. Hopelijk werkt het straks wel.’
Het meisje weet dat dat kan, maar niet hoe dat moet en vraagt hulp.
‘Gonny, kan je even komen?’
Gonny komt eraan en voor het eerst in de zeker 20 jaar dat ik haar ken en af en toe een kletspraatje met haar maak, hoor ik haar naam.
‘Ah, jij heet dus Gonny’, en ik stel me ook voor.
 ‘De Russen hebben het gedaan’ lach ik, maar zij reageert serieus. ‘Ik ben banger voor de Amerikanen dan voor de Russen. Ik zeg het al jaren, ze zijn niet te vertrouwen.’
Ze loopt naar de krantenstandaard en wijst naar de koppen.
‘Zie je, Scandinavië maakt zich klaar om zichzelf te verdedigen. Waarom zijn wij zulke lapzwansen? En dan ook nog die man uitnodigen voor een logeerpartijtje bij de Koning. Nee hoor, we moeten ons nu gewoon zelfstandig maken. Er komt geen goeds uit het Westen.’
‘Jij praat erover’ reageer ik, ‘maar ik hoor zo weinig mensen op straat of in het café zich druk maken over de dreigende wereldsituatie. Het lijkt ze niet te beroeren, hoe kan dat? Is het onwetendheid, of struisvogelpolitiek of is het dansen op de vulkaan?‘
‘Het interesseert ze gewoon niet’ zegt Gonny. ‘Ze denken dat het ver van hun bed is.’
Ze haalt haar schouders op, wat ik vertaal naar  ‘sufferds’ en zet zich weer achter de kassa.

Deze week heeft het theater me wel meegenomen naar onheilspellende wereldgebeurtenissen. De musical Foxtrot uit de 70’er jaren, destijds met Willem Nijholt, is in reprise genomen. Een vrolijke musical die zich afspeelt in de 30’er jaren, met op de achtergrond de groeiende oorlogsdreiging die door velen wordt ontkend. Heel herkenbaar.
De volgende dag naar Prophet Song, waarin de opkomst van een dictatuur in Ierland beklemmend wordt neergezet. Stapje voor stapje worden de rechten van het volk ontnomen. Net zo herkenbaar.

Ik ben niet gerust op de toekomst, en heb -net zoals de mensen in de 30’er jaren- geen idee van wat er boven ons hoofd hangt. De paar flessen water en wat blikjes eten voor drie dagen gaan ons echt niet helpen. Maar wat wel? Ga je in verzet, of blijf je als een kikker in het langzaam warmer wordende water afwachten?
Of, als je de mogelijkheid hebt, vertrek je dan? Maar waar naartoe in hemelsnaam? Mijn voeten zijn stevig geworteld in de drassige bodem van Amsterdam.
Wat een moed zou het vereisen om Mokum te verlaten.

Kortom, ik weet het niet. Ook ik leef mijn leven door. Onrustig, angstig en alert.
En soms ook als struisvogel of kikker.

Vreselijk nieuws

Het is stralend herfstweer en dat maakt mijn zaterdagochtendritueel van bloemen kopen op de markt een nog groter feest. Wat heb ik een mazzel dat ik in Nederland woon en mijn huis vol bloemen kan zetten zonder dat ik meteen een gat in mijn portemonnee heb.

Dan komt mijn oudere buurtgenote, een hippe vrouw die je nog zo in de sixties kan plaatsen, op me af en roept nog voordat ze bij me is: ‘Heb je het vreselijke nieuws al gehoord?’
Mijn hoofd vult zich direct met mogelijkheden. Is het bestand tussen Israël en Gaza alweer voorbij, is Kiev opnieuw aangevallen met drones, of dichter bij huis, waar is brand, wie is er neergeschoten, wat halen de Nederlandse politici nu weer uit? Maar nee, het is niets van dit alles.

‘Ik ben beroofd. Gisteren, net voordat ik bij vrienden zou gaan eten, werd ik gebeld dat er iets was met mijn bankrekening. Er was geld afgehaald, en ze wilden me helpen. Ik werd maar steeds doorverbonden met iemand anders, ze zouden mijn kaart blokkeren en uiteindelijk boden ze aan mijn bankkaart thuis op te halen. Ook was het fijn als ik het cash geld dat ik had zou klaarleggen.’

Ze is volledig in de war. Niet alleen omdat ze hier ingetuind is, terwijl ze toch Amsterdams gepokt en gemazeld is, maar ook omdat ze zich geestelijk verkracht voelt.
‘Ik heb 20 jaar bij Slachtofferhulp gewerkt, maar nu doorvoel ikzelf hoe het is.’
Ik leef met haar mee. Ze voelt zich machteloos, dom, is bang en boos, niet alleen op de daders maar ook op zichzelf.  

‘Ze zijn zo doortrapt, zoveel mensen stinken erin, je moet het jezelf niet kwalijk nemen’, probeer ik haar te gerust te stellen, terwijl ik kook van boosheid. Ik hoop zo dat deze open, aardige en betrokken buurtvrouw niet verandert in een angstig mens die niemand meer durft te vertrouwen.
Ze heeft gelijk. Ja, het is vreselijk nieuws.

Boeken-vriendschap

Totaal ontspannen door mijn Yoga Nidra les, laat ik mijn gewoonlijke New York pace voor wat het is, en kuier ik rustig naar huis. Mijn oog valt op een stapel boeken die naast een papiercontainer zijn gelegd. Boeken weg doen vind ik het moeilijkste wat er is, en ik ben benieuwd waar deze persoon zoal afscheid van heeft genomen. De boeken stralen een lang verleden uit door de vergeelde kleur van de omslagen, de opstijgende muffige geur waar ik wel van houd, en de titels… Van de vos Reynaerde, De baron van Münchhausen, Latijnse citaten met vertaling, drie toneelstukken van Maccius Plautus, een boek met cartoons en grapjes in het Jiddisch, een boek bevattende vreemde geschiedenissen van terechtgestelde dieren. Ik pak het ene boek na het andere op en blader er doorheen, lees fragmenten, kan ze niet meer terugleggen. De boeken hadden zo uit mijn eigen boekenkast kunnen komen. Waarom zijn deze boeken weggedaan? Moest de eigenaar verhuizen naar een verzorgingshuis? Of misschien nog definitiever, heeft zijn familie het huis moeten uitruimen?

Dan zie ik aan de andere kant van de papiercontainer nog een grote Albert Heijn tas staan. Ik durf die niet meer te openen. Mijn tas is zwaarder en zwaarder geworden en meer kan ik niet meenemen. Maar de mensch die deze boeken in zijn boekenkast heeft gehad blijft in gedachten bij me. Wie is hij, wat heeft hij in zijn leven meegemaakt, hadden we elkaar gemogen? Ik voel een warme connectie met een onbekende, puur omdat we van dezelfde boeken houden.

En opeens was er weer wat licht

Vroeg uit de veren om de auto naar de garage te brengen voor een reparatie. Gelukkig kan ik erop wachten en vul de tijd met een zonnige wandeling in het desolate bedrijvengebied bij Sloterdijk. Toch maar weer 6500 stappen gedaan!

De benzinetank staat op een ¼ en de familieafspraak is dat er dan wordt getankt, dus ik stop op weg naar huis bij een kleine benzinepomp waar je alleen kan tanken door vooraf je bankkaart of Apple pay te activeren. Ik stuntel er mee, want op de uitleg van het apparaat staat dat ik onderop de code met mijn telefoon moet valideren, wat niet lukt. Ik vraag advies aan de man die tegenover mij tankt. Het blijkt dat ik mijn telefoon niet erónder maar op een paneel ernáást moet houden. ‘Suffe boomer’ zeg ik tegen mezelf, maar mijn adviseur is een stuk vriendelijker tegen me:

‘Als het je niet lukt, kan ik wel voor je betalen’.
Ik denk dat ik het niet goed hoor, maar hij herhaalt het weer, en dan
‘Waar ik vandaan kom, helpen we elkaar.’

Ik ben te overdonderd om te reageren zoals ik zou willen, zeg alleen ‘het is gelukt, dank je en wat aardig van je.’ Dan weet hij dat verdere hulp niet meer nodig is, stapt in zijn auto en rijdt weg.
Wat had ik graag wat langer met hem gesproken. In een wereld die steeds donkerder wordt, ontmoette ik opeens een menselijk baken van licht.

Vriendinnendag

Het is vriendinnendag en terwijl we samen op weg zijn naar een leuk bruin café voor onze ochtendkoffie vertel ik haar wat we zoal op het Singel tegenkomen: van de Lutherse kerk, waar ik in 1993 de vlammen uit de koperen koepel zag slaan, de Poezenboot, die door crowdfunding weer een mooi nieuw onderkomen heeft, het -volgens rondvaartgidsen- smalste huis van de stad tot de verbindende Dominicuskerk met een vreemd lage kerktoren, de kerker onder de Torensluis waar de gevangene natte voeten kreeg bij hoog water, de allerlekkerste Puccini bonbons en het huis de ‘Roo Oly Molen’ waar ik begin 80-er jaren een kamer had en waar het vriendje van mijn huisgenote de gewoonte had poedelnaakt de deur voor hún maar ook míj́n vrienden te openen.

De Dominicuskerktoren doet me eraan denken dat ik vorige week voor het eerst een toren heb opgemerkt bij het voormalige 17e-eeuwse Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht. Hoe kan ik die ooit níet hebben gezien? Het gebouw werd in de 19e eeuw omgekat tot Paleis van Justitie, met rechtszalen en een gevangenis en was in gebruik tot 2013. En nu, na een jarenlange verbouwing, is er het zes sterren tellende Rosewood Hotel neergestreken. Waar ooit 2500 wezen in erbarmelijke omstandigheden hutjemutje op elkaar leefden, zijn nu 134 ruime hotelkamers, waar de gasten van alle luxe kunnen genieten.

De langdurige verbouwing ging niet van een leien dakje, het gebouw ‘stribbelde tegen’ en de Aziatische eigenaren besloten dat het spiritueel gereinigd moest worden van de angsten en de pijnen van het verleden. Ze konden hun gasten toch immers niet met al die negatieve energie opzadelen! Nadat twee geestverdrijvers desperaat de opdracht hadden teruggegeven, kreeg de derde professional het uiteindelijk voor elkaar. Ze heeft dag en nacht met de ronddolende geesten overlegd en hen gevraagd te vertrekken of zich gedeisd te houden. Uitgeput kon zij na een week de directie melden dat er nu toch echt rust in de tent was.  

‘Oh, maar dat verbaast me helemaal niet’ zegt mijn vriendin. ‘Dat is ons ook gebeurd met ons kantoor in Amstelveen.’ Bij de opening kregen wij van onze Chinese partners een cadeau om ons pand volledig te laten ‘cleansen’. Wij moesten hen niet alleen tekeningen sturen van het gebouw maar ook van de omgeving. Onze directe buren bleken het Riagg, een tehuis voor mensen met een verstandelijke beperking, een bejaardentehuis en een Joodse diamantair te zijn. Ze stuurden ons ook spiegeltjes die we voor de ramen moesten hangen en gaven drie zwarte sluierstaartvissen om de boze geesten buiten te houden. Als een vis doodging was er instant paniek, en renden we direct naar de dierenwinkel om een nieuwe te kopen. Maar ik moet zeggen, we hebben het als kantoor altijd heel goed gedaan!’

Die avond wandelen mijn man en ik door de stad en komen we langs het Rosewood. Nieuwsgierig lopen we naar binnen, bekijken veel kunst, ervaren de chique zonder glitter, zien we de uitkijk(!)-toren van dichtbij, ontcijferen graffiti op een oude celdeur en blijven spontaan ook wat eten.

Maar dan blijkt dat de professionele geestverdrijfster toch nog een ondeugend plaaggeestje over het hoofd had gezien. Ik mag nog 24 uur nagenieten van een voedselvergiftiging…

Zomaar een ontmoeting voor de deur

Wanneer ik aan kom wandelen zie ik een paar mensen druk gesticulerend voor mijn huis staan. Het lijken geen Nederlandssprekers te zijn, dus ik anticipeer met ‘So nice you’re admiring my plants.’ Ieder voorjaar -ik kan nooit wachten tot die IJsheiligen- zet ik mijn bloembakken weer vol met kleurrijke bloeiers, voor iedereen om van te genieten.

‘They are wonderful’ zegt de laat-zeventigster. Ze bergt haar telefoon op, tevreden dat Plantapp de gele brem heeft herkend. Haar wat gezette echtgenoot knikt vol instemming. De tweede man, pluizig grijs haar gebonden in een lange staart, -zo te zien een hippie, die deze roerige periode nog niet heeft kunnen afsluiten-, begint een praatje. Hij woont al lang in Amsterdam en vraagt sinds wanneer ik hier woon.
‘Sinds 1982, ruim veertig jaar’ zeg ik, ‘al heel lang, but that depends on your age.
‘It is yesterday to me’ mijmert hij, en ik zie in zijn grijze ogen zijn gelukkige jaren in een flits voorbijschieten.

Hij loopt zijn vrienden achterna om hen verder door ook zíjn geliefde Amsterdam te leiden, maar niet dan nadat hij nog afscheid van me neemt.
‘You have a lovely smile. Please don’t lose it, we need it in this time.’
Ik zal mijn best doen.