Zomaar een ontmoeting voor de deur

Wanneer ik aan kom wandelen zie ik een paar mensen druk gesticulerend voor mijn huis staan. Het lijken geen Nederlandssprekers te zijn, dus ik anticipeer met ‘So nice you’re admiring my plants.’ Ieder voorjaar -ik kan nooit wachten tot die IJsheiligen- zet ik mijn bloembakken weer vol met kleurrijke bloeiers, voor iedereen om van te genieten.

‘They are wonderful’ zegt de laat-zeventigster. Ze bergt haar telefoon op, tevreden dat Plantapp de gele brem heeft herkend. Haar wat gezette echtgenoot knikt vol instemming. De tweede man, pluizig grijs haar gebonden in een lange staart, -zo te zien een hippie, die deze roerige periode nog niet heeft kunnen afsluiten-, begint een praatje. Hij woont al lang in Amsterdam en vraagt sinds wanneer ik hier woon.
‘Sinds 1982, ruim veertig jaar’ zeg ik, ‘al heel lang, but that depends on your age.
‘It is yesterday to me’ mijmert hij, en ik zie in zijn grijze ogen zijn gelukkige jaren in een flits voorbijschieten.

Hij loopt zijn vrienden achterna om hen verder door ook zíjn geliefde Amsterdam te leiden, maar niet dan nadat hij nog afscheid van me neemt.
‘You have a lovely smile. Please don’t lose it, we need it in this time.’
Ik zal mijn best doen.