Bijzonder

Met lede ogen zie ik dat bijzondere winkeltjes steeds meer het loodje leggen omdat de huur ineens verveelvoudigd wordt. Wafels, eendjes, nagelsalons en vintage komen ervoor in de plaats. Ik ben benieuwd wat er gaat komen in het pandje waar ’t Zonnetje zat, een oud koffie- en theewinkeltje op de Haarlemmerdijk. Een karakteristiek zaakje met een houten toonbank, een koperen kassa, en oude blikken waarin verse thee werd bewaard. Het staat nu al sinds juni 2025 leeg ….

Maar gelukkig is er ook goed nieuws. Deze week ben ik in twee unieke winkeltjes geweest. Ik kan erover vertellen, want mijn verhaaltjes worden niet op Tik-Tok gedeeld.

Met mijn dochter en twee maanden jonge kleindochter gingen we naar Tesselschade / Arbeid Adelt op het Leidseplein. Een klein winkeltje tussen Ivy bloemen en de Apple store. De etalage had me al decennialang geïntrigeerd met haar smockjurkjes en gebreide truitjes, maar was er nog nooit binnengestapt. Tot nu! Een oudere dame, vrijwilligster, nam werkelijk alle tijd om truitjes, badjasjes, dekentjes en jurkjes met ons te bekijken.  Het was moeilijk kiezen tussen het unieke aanbod, maar ik ging door de knieën voor de rood/zwarte babysokjes met drie kruizen!

De Vereniging, waarvan deze winkel een onderdeel is, werd in 1878 opgericht door Betsy Perk om het lot van onbemiddelde beschaafde vrouwen te verbeteren. Vrouwen konden via de Vereniging hun handwerk verkopen en daar een klein inkomen uit krijgen. Maar ook gaf en geeft nog steeds de Vereniging financiële steun aan vrouwen om een opleiding te gaan volgen. Betsy was een feministe in de dop!

Een paar dagen later wandelde ik langs de Stopera en zag ik vanaf het bruggetje over de Zwanenburgwal een kleurrijke etalage. Nieuwsgierig ging ik naar binnen en de naamgeving bleek te kloppen met het aanbod: Bijzonder! Er was in het ene deel van de winkel vrolijk beschilderd keramiek, geborduurde boekomslagen, stoffen feestslingers, gebreide plaids en gewoven theedoeken te koop en in het andere deel zat een klein cafeetje met koffie voor 2 Euro. Ryan, een lieve Surinaams-Amsterdamse jongen, ontving me en vertelde me trots dat hij, na een stage, er nu twee dagen vast mocht werken. Hij deelde zijn leven met me en de goedheid stroomde werkelijk uit hem. Het afrekenen deed ik bij een collega die me vertelde dat de winkel van Cordaan was en dat alles gemaakt werd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Met een tas vol verliet ik de winkel. Blij met mijn aankopen, maar vooral gelukkig om de menselijkheid van deze sociale hotspot, waar alles met liefde wordt gemaakt en aangeboden.

Leidseplein

Het restaurant is oudhollands ingericht met geschilderde tegeltableaus in de muur en naast onze tafel een aquarium met kleurrijke, exotische visjes. Zij worden door ons bewonderd terwijl hun soortgenoten gefileerd op ons bord liggen. Je kan niet altijd mazzel hebben.

De overgang is groot als we later van het knusse restaurant het grauwe Leidseplein op lopen. Een oudere man in een lange bruine Carmiggeltjas ligt op zijn knieën, zijn hoofd vlak boven de tegels. ‘Bent u iets verloren?’ vraag ik en zie zijn telefoon tussen zijn benen liggen. ‘Nee, nee, laat me maar. Niets aan de hand.’ Ik stop de telefoon in zijn zak en we proberen de zwaar beschonken man op zijn voeten te krijgen. Na ettelijke pogingen krijgen we het logge, niet meewerkende lichaam met zijn vieren omhoog en zetten hem in een haastig aangeschoven terrasstoel. Dan volgen de logische vragen: hoe heet u, waar woont u, kunnen we een taxi roepen? Hij schudt zijn hoofd en zegt met een aardappel in zijn keel: ‘Wat is dit een gênante vertoning’. Een verkeersbegeleider kijkt ons meewarig aan en besluit dan drastisch ‘ik roep de politie’.

Binnen een paar minuten stapt een jonge politieman met een manbun uit zijn auto. Op mijn onschuldige vraag of hij de man misschien naar huis kan brengen, lacht hij. ‘Daar zijn we niet voor. Dat zou mooi zijn als we iedere dronkaard naar huis brengen. Bovendien is het een nieuwe auto.’ Hij kijkt verliefd naar de blinkend witte Golf. ‘Hij gaat gewoon vannacht de cel in, zijn roes uitslapen.’ Ik protesteer en met mij een Marokkaanse jongen die zegt ‘ik komt net van een bijeenkomst over de dienstbaarheid van de politie’. Terwijl we discussiëren zegt de dronkaard met iets zorgeloos in zijn stem én een rollende R ‘ik ben zo dronken, laat me maar’, maar wij geven niet op. ‘Kunnen we iemand bellen, uw vrouw, kinderen?’ Dan kijken zijn ogen de agent opeens bewust aan en hij antwoordt melancholiek en licht verlangend ‘Nee niemand, ik ben van de herenliefde en u bent erg mooi’. Dan geeft hij zijn adres en de agent die ondertussen zijn warme kant laat zien, weet via zijn mobieltje binnen 10 seconden uit te vinden hoe de man heet, dat hij alleenstaand is en geen strafblad heeft.

We bereiken een compromis. Hij wordt niet naar de cel gebracht, maar we laten hem zitten op de stoel. Er zijn drie camera’s om hem heen die hem in de gaten houden en de agent belooft regelmatig poolshoogte te nemen. De sensatiebeluste voorbijganger die alles filmde op zijn telefoon loopt nu maar door. Dan verlaten we de man, eenzaam zittend op zijn houten stoel midden op het Leidseplein.